Ik heb altijd gedacht dat men pas wat betekende als men grootse daden kon verrichtten. Ik was erg onder de indruk van de knappe koppen die van de hoed en de rand wisten, gedegen gedachten hadden en deze ook konden uitdragen en vorm geven.

Vaak trachtte ik ook mijn betekenis en taak te vinden buiten mijn dagelijkse wereld om, die mij zo onbeduidend toe scheen.
Ik zorgde voor de huishouding en deed wat onduidelijke nevenzaken, die het wereldnieuws niet zouden halen.

Ik hoorde mensen in de spirituele kringen, waar ik in verkeerde, bij regelmaat zeggen: ‘Wat is mijn taak,’ zij ondervonden, net als ik, dat hun taak gevonden moest worden.
Deze zoekenden bezag ik met kritische blik. Ik beoordeelde hun motieven, hun verlangens en wat hun dreef. Ik zag dat sommigen hun huis en haard verwaarloosden om deze taak ruim baan te kunnen geven. Ik zag hoe hun geliefden weg kwijnden onder de aandacht die ze zo moesten ontberen.
De grote-taak zoekers werden er door opgeslokt, bevangen door eigenwaan en een steeds meer groeiend ego.

Het besef groeide dat de taak vlak voor onze voeten ligt: dat een ontbijt klaar maken voor het gezin, of een luisterend oor, van betekenis is voor de wereld.
Te-vrede met mijn rol, besef ik hoe fijn het is er gewoon te zijn in de dagelijkse werkelijkheid.
Door de ogen van een kind leerde ik deze grootheid der dingen te vinden in elke bloem die ze mij gaf en die ze met verwondering haar adem in blies.

Leonie: december 2019